Voorbereiding op het N-examen Radiozendamateur 01

Voorbereiding op het N-examen Radiozendamateur: Leerdoelen begrijpen, oefenexamens maken, en kennis van radiotheorie, componenten en regelgeving versterken.
Voorbereiding op het N-examen Radiozendamateur: Leerdoelen begrijpen, oefenexamens maken, en kennis van radiotheorie, componenten en regelgeving versterken.

Het behalen van de Novice licentie voor radiozendamateurs is een belangrijke stap voor iedereen die zich wil verdiepen in de wereld van radiocommunicatie. Om succesvol te zijn in het N-examen, is een grondige voorbereiding essentieel.

Deze test presenteert een proefexamen dat specifiek is ontworpen om aspirant-radiozendamateurs te helpen zich voor te bereiden op het officiële N-examen. Het proefexamen omvat verschillende vragen die de belangrijkste eindtermen van het examen behandelen, inclusief een moeilijke vraag om de diepere kennis te testen.

Normering N-examen

De normering van het N-examen is 70%, wat betekent dat je minstens 28 van de 40 vragen goed moet beantwoorden voor een voldoende. Bij elke vraag staan de leerdoelen vermeld. Als je geen voldoende haalt, kijk dan welke leerdoelen je onvoldoende beheerst en richt je studie op die specifieke gebieden om je kennis te verbeteren en je kansen op slagen bij een volgende poging te vergroten.

7

N-examen Proefexamen 01

1 / 40

Wat is de snelheid van radiogolven in de vrije ruimte?

Eindterm:
1.3 Radiogolven - De voortplantingssnelheid en het verband hiervan met de frequentie en golflengte

2 / 40

Een weerstand van 100 ohm kan gemaakt zijn van:

Eindterm: 2.1 Weerstand - Herkennen van materialen die gebruikt worden voor weerstanden

3 / 40

Wat is het doel van een frequentieteller?

Eindterm: 8.2 Meetinstrumenten - Gebruik en toepassing van een frequentieteller

4 / 40

Wat is de belangrijkste component van een breedband-kunstantenne?

Eindterm: 6.1 Antennetypen - Kennis van de componenten van een breedband-kunstantenne

5 / 40

Welke internationale noodsignaal wordt gebruikt in radiocommunicatie?

Eindterm: 11.1 Nationale en internationale gebruiksregels en procedures - Kennis van noodsignalen en procedures

6 / 40

Wat is de functie van een squelch in een ontvanger?

Eindterm: 4.3 Werking en functies van schakelingen - Begrijpen van de functie van een squelch

7 / 40

Wat gebeurt er als je de lengte van een antenne halveert?

Eindterm: 6.1 Antennetypen - Begrijpen van de relatie tussen antennelengte en resonantiefrequentie

8 / 40

Wat is de functie van een spoel in een elektronische schakeling?

Eindterm: 2.3 Spoel - Begrijpen van de functie van een spoel

9 / 40

Welke frequentie valt in de UHF-band?

Eindterm: 7.2 Frequentiespectrum - Kennis van de verschillende frequentiebanden

10 / 40

Wat betekent de afkorting SWR?

Eindterm: 8.2 Meetinstrumenten - Begrijpen van het gebruik van een staandegolfmeter

11 / 40

Wat is de functie van een HF-versterker in een ontvanger?

Eindterm: 4.3 Werking en functies van schakelingen - Begrijpen van de werking van een HF-versterker

12 / 40

Welke van de volgende componenten wordt gebruikt om een signaal gelijk te richten?

Eindterm: 2.4 Overige componenten - Begrijpen van de toepassing van een diode

13 / 40

Een parallelkring bestaat uit een spoel en een condensator. Wat gebeurt er met de resonantiefrequentie als de capaciteit van de condensator wordt gehalveerd?

Eindterm: 3.2 Filter - Begrijpen van de relatie tussen capaciteit en resonantiefrequentie

14 / 40

Welke eenheid wordt gebruikt om vermogen te meten?

Eindterm: 1.1 Stroomgeleiding - Herkennen van de eenheden van elektrische grootheden

15 / 40

Wat is de functie van een mengtrap in een ontvanger?

Eindterm: 4.3 Werking en functies van schakelingen - Begrijpen van de werking van een mengtrap

16 / 40

Wat is fading?

Eindterm: 7.1 Propagatie - Begrijpen van fading en zijn oorzaken

17 / 40

Hoeveel hertz is 1 MHz?

Eindterm: 1.4 Sinusvormige signalen - Begrijpen van frequentie en de eenheid hertz

18 / 40

Wat is het doel van een staandegolfmeter?

Eindterm: 8.2 Meetinstrumenten - Gebruik en toepassing van meetinstrumenten

19 / 40

Welke formule geeft de relatie tussen spanning, stroom en weerstand?

Eindterm: 1.1 Stroomgeleiding - Toepassen van de wet van Ohm

20 / 40

Wat is de primaire functie van een laagdoorlaatfilter?

Eindterm: 3.2 Filter - Begrijpen van de werking van verschillende soorten filters

21 / 40

Wat is de maximaal toegestane zendvermogen voor een radiozendamateur in de categorie N?

Eindterm: 12.4 Europese regelgeving - Kennis van de regelgeving omtrent zendvermogens

22 / 40

De frequentie van een radiogolf is 0,3 GHz. De golflengte is:

Eindterm: 1.3 Radiogolven - Toepassen van de formule voor de relatie tussen frequentie en golflengte

23 / 40

Wat is de juiste volgorde van de trappen in een FM-ontvanger

Eindterm: 4.2 Blokschema's - Begrijpen van de opbouw van een FM-ontvanger

24 / 40

De meest waarschijnlijke oorzaak van storing in een omroepontvanger door een amateurstation is:

Eindterm: 9.1 Storing in elektronische apparatuur - Herkennen van storingsbronnen in radiocommunicatie

25 / 40

Een zenerdiode wordt meestal toegepast om een:

Eindterm: 2.4 Overige componenten - Begrijpen van de toepassing van een zenerdiode

26 / 40

Wat is de formule voor elektrisch vermogen?

Eindterm: 1.1 Stroomgeleiding - Toepassen van de formule voor elektrisch vermogen

27 / 40

Een 2-meter FM-station straalt te sterke harmonischen uit. Dit kan storing veroorzaken in:

Eindterm: 9.1 Storing in elektronische apparatuur - Herkennen van mogelijke storingsbronnen door harmonischen

28 / 40

De derde harmonische van 3,6 MHz is:

Eindterm: 5.3 Zendereigenschappen - Begrijpen van harmonischen en hun frequenties

29 / 40

Een weerstand kan gemaakt zijn van:

Eindterm: 2.1 Weerstand - Herkennen van materialen die worden gebruikt voor weerstanden

30 / 40

Bij gelijke modulatie is de bandbreedte van een EZB-signaal ongeveer:

Eindterm: 1.6 Gemoduleerde signalen - Vergelijken van de bandbreedtes van verschillende modulatietypes

31 / 40

Een antenne heeft één director. Door het bijplaatsen van directoren:

Eindterm: 6.1 Antennetypen - Inzicht in de werking van antennes en hun richtingskarakteristieken

32 / 40

Een zender is aangesloten op een dummy load. Het uitgangsvermogen van de zender wordt een factor 4 vergroot. De uitgangsstroom wordt dan:

Eindterm: 5.3 Zendereigenschappen - Begrijpen van het verband tussen vermogen en stroom

33 / 40

Wat is de eenheid van vermogen?

Eindterm: 1.1 Stroomgeleiding - Herkennen van de eenheden van elektrische grootheden

34 / 40

Op een condensator staat vermeld: 200 pF ± 5%. De waarde ligt dan tussen:

Eindterm: 2.2 Condensator - Inzicht in de toleranties van elektronische componenten

35 / 40

De voortplanting van radiogolven over grote afstand in de 2-meter band is vooral afhankelijk van:

Eindterm: 7.1 Propagatie - Begrijpen van de invloed van zonnevlekken op radiopropagatie

36 / 40

Welke stof is een elektrische isolator?

Eindterm: 1.1 Stroomgeleiding - Herkennen van isolatoren in elektrische en elektronische circuits

37 / 40

De kleurcode voor een weerstand van 4700 ohm is:

Eindterm: 2.1 Weerstand - Leren om de kleurcode van weerstanden te interpreteren

38 / 40

De bandbreedte van een FM-signaal is afhankelijk van:

Eindterm: 1.6 Gemoduleerde signalen - Inzicht krijgen in de factoren die de bandbreedte van een FM-signaal beïnvloeden

39 / 40

De stroom die een weerstand in gaat is:

Eindterm: 1.1 Stroomgeleiding - Begrijpen van de wet van behoud van stroom

40 / 40

Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is J3E. Wat gebeurt er met de zijbanden als de modulerende frequentie verdubbeld wordt?

Eindterm: 5.3 Zendereigenschappen - Begrijpen van het effect van modulatie op zijbanden in een enkelzijbandzender

Your score is

De gemiddelde score is 46%

Inleiding tot het Proefexamen

Het proefexamen voor het N-examen radiozendamateur bestaat uit 40 vragen die zorgvuldig zijn geselecteerd om een breed scala aan onderwerpen te behandelen die essentieel zijn voor de Novice licentie. De vragen variëren van basisconcepten zoals de snelheid van radiogolven tot meer geavanceerde onderwerpen zoals de effecten van modulatie op zijbanden in een enkelzijbandzender.

Vragen en Eindtermen

Vraag 1

Wat is de snelheid van radiogolven in de vrije ruimte?
a) 300.000 km/s
b) 3.000 km/s
c) 300 km/s
Antwoord: a) 300.000 km/s
Eindterm: 1.3 Radiogolven – De voortplantingssnelheid en het verband hiervan met de frequentie en golflengte

Deze vraag richt zich op de fundamentele kennis van radiogolven en hun snelheid in de vrije ruimte, een cruciaal concept voor elke radiozendamateur.

Vraag 2

Een weerstand van 100 ohm kan gemaakt zijn van:
a) Nikkel
b) Polystyreen
c) Teflon
Antwoord: a) Nikkel
Eindterm: 2.1 Weerstand – Herkennen van materialen die gebruikt worden voor weerstanden

Het begrijpen van de materialen die gebruikt worden voor weerstanden helpt bij het kiezen van de juiste componenten voor specifieke toepassingen.

Vraag 3

De stroom die een weerstand in gaat is:
a) Groter dan de stroom die er uit komt
b) Gelijk aan de stroom die er uit komt
c) Kleiner dan de stroom die er uit komt
Antwoord: b) Gelijk aan de stroom die er uit komt
Eindterm: 1.1 Stroomgeleiding – Begrijpen van de wet van behoud van stroom

Deze vraag test de basisprincipes van de stroomgeleiding en de wet van behoud van stroom.

Vraag 4

De bandbreedte van een FM-signaal is afhankelijk van:
a) Alleen de frequentie van het modulerende signaal
b) Alleen de amplitude van het modulerende signaal
c) De amplitude én de frequentie van het modulerende signaal
Antwoord: c) De amplitude én de frequentie van het modulerende signaal
Eindterm: 1.6 Gemoduleerde signalen – Inzicht krijgen in de factoren die de bandbreedte van een FM-signaal beïnvloeden

Het begrijpen van de factoren die de bandbreedte van een FM-signaal beïnvloeden, is essentieel voor het ontwerp en de analyse van communicatieapparatuur.

Vraag 5

De kleurcode voor een weerstand van 4700 ohm is:
a) Geel – Violet – Rood – Zilver
b) Geel – Blauw – Oranje – Zilver
c) Oranje – Blauw – Bruin – Goud
Antwoord: a) Geel – Violet – Rood – Zilver
Eindterm: 2.1 Weerstand – Leren om de kleurcode van weerstanden te interpreteren

Kleurcodes zijn een belangrijk hulpmiddel voor het identificeren van de waarde van weerstanden in circuits.

Vraag 6

Welke stof is een elektrische isolator?
a) Grafiet
b) Polystyreen
c) Nikkel
Antwoord: b) Polystyreen
Eindterm: 1.1 Stroomgeleiding – Herkennen van isolatoren in elektrische en elektronische circuits

Isolatoren zijn essentieel om ongewenste elektrische contacten te voorkomen en de veiligheid in elektronische systemen te waarborgen.

Vraag 7

De voortplanting van radiogolven over grote afstand in de 2-meter band is vooral afhankelijk van:
a) De temperatuurverdeling in de onderste luchtlagen
b) De stand van de zon
c) Het aantal zonnevlekken
Antwoord: c) Het aantal zonnevlekken
Eindterm: 7.1 Propagatie – Begrijpen van de invloed van zonnevlekken op radiopropagatie

Zonnevlekken kunnen de propagatie van radiogolven aanzienlijk beïnvloeden, wat van groot belang is voor langeafstandskommunicatie.

Vraag 8

Op een condensator staat vermeld: 200 pF ± 5%. De waarde ligt dan tussen:
a) 190 en 210 pF
b) 195 en 205 pF
c) 180 en 220 pF
Antwoord: c) 180 en 220 pF
Eindterm: 2.2 Condensator – Inzicht in de toleranties van elektronische componenten

Toleranties geven de nauwkeurigheid van een component aan en zijn cruciaal voor het juiste functioneren van elektronische circuits.

Vraag 9

Wat is de eenheid van vermogen?
a) Ampère
b) Volt
c) Watt
Antwoord: c) Watt
Eindterm: 1.1 Stroomgeleiding – Herkennen van de eenheden van elektrische grootheden

Het kennen van de eenheden van elektrische grootheden is fundamenteel voor elke technische berekening.

Vraag 10

Een zender is aangesloten op een dummy load. Het uitgangsvermogen van de zender wordt een factor 4 vergroot. De uitgangsstroom wordt dan:
a) 4 maal zo groot
b) 2 maal zo groot
c) 16 maal zo groot
Antwoord: b) 2 maal zo groot
Eindterm: 5.3 Zendereigenschappen – Begrijpen van het verband tussen vermogen en stroom

Het begrijpen van de relatie tussen vermogen en stroom is essentieel voor het veilig en efficiënt gebruik van zendapparatuur.

Vraag 11

Een antenne heeft één director. Door het bijplaatsen van directoren:
a) Neemt het richteffect af
b) Blijft het richteffect gelijk
c) Neemt het richteffect toe
Antwoord: c) Neemt het richteffect toe
Eindterm: 6.1 Antennetypen – Inzicht in de werking van antennes en hun richtingskarakteristieken

Directoren worden gebruikt om de richtingskarakteristieken van antennes te verbeteren, wat belangrijk is voor gerichte communicatie.

Vraag 12

Bij gelijke modulatie is de bandbreedte van een EZB-signaal ongeveer:
a) Twee maal de bandbreedte van een AM-signaal
b) Gelijk aan de bandbreedte van een AM-signaal
c) De helft van de bandbreedte van een AM-signaal
Antwoord: c) De helft van de bandbreedte van een AM-signaal
Eindterm: 1.6 Gemoduleerde signalen – Vergelijken van de bandbreedtes van verschillende modulatietypes

Het verschil in bandbreedte tussen modulatietypes beïnvloedt de keuze van modulatie voor specifieke toepassingen.

Vraag 13

Een weerstand kan gemaakt zijn van:
a) Koolstof
b) Mica
c) Polystyreen
Antwoord: a) Koolstof
Eindterm: 2.1 Weerstand – Herkennen van materialen die worden gebruikt voor weerstanden

Koolstofweerstanden zijn veelgebruikt vanwege hun stabiliteit en lage kosten.

Vraag 14

De derde harmonische van 3,6 MHz is:
a) 10,8 MHz
b) 7,2 MHz
c) 1,2 MHz
Antwoord: a) 10,8 MHz
Eindterm: 5.3 Zendereigenschappen – Begrijpen van harmonischen en hun frequenties

Harmonischen spelen een rol bij de signaalzuiverheid en kunnen storingen veroorzaken.

Vraag 15

Een 2-meter FM-station straalt te sterke harmonischen uit. Dit kan storing veroorzaken in:
a) Een laagfrequentversterker
b) Een TV-toestel afgestemd in de UHF-band
c) Een ontvanger afgestemd in de FM-omroepband
Antwoord: b) Een TV-toestel afgestemd in de UHF-band
Eindterm: 9.1 Storing in elektronische apparatuur – Herkennen van mogelijke storingsbronnen door harmonischen

Het verminderen van harmonischen is essentieel om interferentie met andere apparaten te voorkomen.

Vraag 16

Wat is de formule voor elektrisch vermogen?
a) P = U / I
b) P = U * I
c) P = I / U
Antwoord: b) P = U * I
Eindterm: 1.1 Stroomgeleiding – Toepassen van de formule voor elektrisch vermogen

De formule voor elektrisch vermogen is fundamenteel voor het berekenen van energieverbruik in circuits.

Vraag 17

Een zenerdiode wordt meestal toegepast om een:
a) Signaal te verzwakken
b) Signaal gelijk te richten
c) Gelijkspanning constant te houden
Antwoord: c) Gelijkspanning constant te houden
Eindterm: 2.4 Overige componenten – Begrijpen van de toepassing van een zenerdiode

Zenerdiodes worden veel gebruikt in spanningsregulatoren om een stabiele uitgangsspanning te garanderen.

Vraag 18

De meest waarschijnlijke oorzaak van storing in een omroepontvanger door een amateurstation is:
a) Laagfrequentdetectie in de ontvanger
b) Slechte spiegelonderdrukking van de ontvanger
c) Splatter van de zender
Antwoord: c) Splatter van de zender
Eindterm: 9.1 Storing in elektronische apparatuur – Herkennen van storingsbronnen in radiocommunicatie

Splatter ontstaat door oversturing van de zender en kan leiden tot ongewenste interferentie.

Vraag 19

Wat is de juiste volgorde van de trappen in een FM-ontvanger?
a) Mengtrap, hf-versterker, mf-versterker, detector
b) Hf-versterker, mengtrap, detector, mf-versterker
c) Hf-versterker, mengtrap, mf-versterker, detector
Antwoord: c) Hf-versterker, mengtrap, mf-versterker, detector
Eindterm: 4.2 Blokschema’s – Begrijpen van de opbouw van een FM-ontvanger

De volgorde van de trappen in een ontvanger bepaalt de efficiëntie en kwaliteit van het ontvangen signaal.

Vraag 20

De frequentie van een radiogolf is 0,3 GHz. De golflengte is:
a) 0,001 m
b) 1 m
c) 0,1 m
Antwoord: b) 1 m
Eindterm: 1.3 Radiogolven – Toepassen van de formule voor de relatie tussen frequentie en golflengte

Het omrekenen van frequentie naar golflengte is een basisvaardigheid in radiocommunicatie.

Vraag 21

Wat is de maximaal toegestane zendvermogen voor een radiozendamateur in de categorie N?
a) 25W
b) 15W
c) 35W
Antwoord: a) 25W
Eindterm: 12.4 Europese regelgeving – Kennis van de regelgeving omtrent zendvermogens

De regelgeving omtrent zendvermogens is essentieel voor het naleven van wettelijke eisen en het voorkomen van interferentie.

Vraag 22

Wat is de primaire functie van een laagdoorlaatfilter?
a) Alleen hoge frequenties doorlaten
b) Alleen lage frequenties doorlaten
c) Zowel lage als hoge frequenties doorlaten
Antwoord: b) Alleen lage frequenties doorlaten
Eindterm: 3.2 Filter – Begrijpen van de werking van verschillende soorten filters

Laagdoorlaatfilters zijn cruciaal voor het verwijderen van ongewenste hoge frequenties in een signaal.

Vraag 23

Welke formule geeft de relatie tussen spanning, stroom en weerstand?
a) P = U * I
b) U = I * R
c) I = U / R
Antwoord: b) U = I * R
Eindterm: 1.1 Stroomgeleiding – Toepassen van de wet van Ohm

De wet van Ohm is een fundamentele wet in de elektrotechniek en wordt dagelijks toegepast bij het ontwerpen van circuits.

Vraag 24

Wat is het doel van een staandegolfmeter?
a) Het meten van de frequentie van een signaal
b) Het meten van de amplitude van een signaal
c) Het meten van de verhouding tussen voorwaartse en teruggekaatste golf
Antwoord: c) Het meten van de verhouding tussen voorwaartse en teruggekaatste golf
Eindterm: 8.2 Meetinstrumenten – Gebruik en toepassing van meetinstrumenten

Staandegolfmeters helpen bij het optimaliseren van antennesystemen door de efficiëntie van de signaaloverdracht te meten.

Vraag 25

Hoeveel hertz is 1 MHz?
a) 1.000.000 Hz
b) 100.000 Hz
c) 10.000 Hz
Antwoord: a) 1.000.000 Hz
Eindterm: 1.4 Sinusvormige signalen – Begrijpen van frequentie en de eenheid hertz

Het omrekenen van MHz naar Hz is een basisvaardigheid die vaak nodig is in radiocommunicatie.

Vraag 26

Wat is fading?
a) Het verzwakken van een signaal door absorptie
b) Het variëren van de signaalsterkte door reflecties
c) Het versterken van een signaal door interferentie
Antwoord: b) Het variëren van de signaalsterkte door reflecties
Eindterm: 7.1 Propagatie – Begrijpen van fading en zijn oorzaken

Fading kan leiden tot fluctuaties in signaalsterkte en is een belangrijke factor om rekening mee te houden bij radiocommunicatie.

Vraag 27

Wat is de functie van een mengtrap in een ontvanger?
a) Het versterken van het signaal
b) Het demoduleren van het signaal
c) Het omzetten van de frequentie van het signaal
Antwoord: c) Het omzetten van de frequentie van het signaal
Eindterm: 4.3 Werking en functies van schakelingen – Begrijpen van de werking van een mengtrap

Mengtrappen worden gebruikt om signalen naar een lagere frequentie om te zetten, wat de detectie en demodulatie vergemakkelijkt.

Vraag 28

Welke eenheid wordt gebruikt om vermogen te meten?
a) Volt
b) Ampère
c) Watt
Antwoord: c) Watt
Eindterm: 1.1 Stroomgeleiding – Herkennen van de eenheden van elektrische grootheden

Het kennen van de juiste eenheden is essentieel voor het uitvoeren van nauwkeurige metingen en berekeningen.

Vraag 29

Een parallelkring bestaat uit een spoel en een condensator. Wat gebeurt er met de resonantiefrequentie als de capaciteit van de condensator wordt gehalveerd?
a) De resonantiefrequentie verdubbelt
b) De resonantiefrequentie halveert
c) De resonantiefrequentie blijft gelijk
Antwoord: a) De resonantiefrequentie verdubbelt
Eindterm: 3.2 Filter – Begrijpen van de relatie tussen capaciteit en resonantiefrequentie

Het aanpassen van componentwaarden in resonantiekringen beïnvloedt direct hun resonantiefrequentie, wat belangrijk is voor het afstemmen van circuits.

Vraag 30

Welke van de volgende componenten wordt gebruikt om een signaal gelijk te richten?
a) Spoel
b) Diode
c) Condensator
Antwoord: b) Diode
Eindterm: 2.4 Overige componenten – Begrijpen van de toepassing van een diode

Diodes zijn essentieel voor het omzetten van wisselstroom naar gelijkstroom in voedingseenheden en andere toepassingen.

Vraag 31

Wat is de functie van een HF-versterker in een ontvanger?
a) Het verhogen van de frequentie
b) Het verlagen van de frequentie
c) Het versterken van het inkomende signaal
Antwoord: c) Het versterken van het inkomende signaal
Eindterm: 4.3 Werking en functies van schakelingen – Begrijpen van de werking van een HF-versterker

HF-versterkers verbeteren de signaalsterkte, waardoor zwakke signalen beter kunnen worden gedetecteerd en verwerkt.

Vraag 32

Wat betekent de afkorting SWR?
a) Standing Wave Ratio
b) Signal Wave Ratio
c) Standard Wave Ratio
Antwoord: a) Standing Wave Ratio
Eindterm: 8.2 Meetinstrumenten – Begrijpen van het gebruik van een staandegolfmeter

De staandegolfverhouding is een maat voor de efficiëntie van een antennesysteem en helpt bij het afstemmen ervan.

Vraag 33

Welke frequentie valt in de UHF-band?
a) 144 MHz
b) 432 MHz
c) 28 MHz
Antwoord: b) 432 MHz
Eindterm: 7.2 Frequentiespectrum – Kennis van de verschillende frequentiebanden

UHF-frequenties worden gebruikt voor toepassingen zoals televisie-uitzendingen en mobiele communicatie.

Vraag 34

Wat is de functie van een spoel in een elektronische schakeling?
a) Het opslaan van elektrische lading
b) Het bieden van weerstand tegen stroom
c) Het opslaan van magnetische energie
Antwoord: c) Het opslaan van magnetische energie
Eindterm: 2.3 Spoel – Begrijpen van de functie van een spoel

Spoelen worden gebruikt in filters en resonantiekringen vanwege hun vermogen om magnetische energie op te slaan.

Vraag 35

Wat gebeurt er als je de lengte van een antenne halveert?
a) De resonantiefrequentie verdubbelt
b) De resonantiefrequentie halveert
c) De resonantiefrequentie blijft gelijk
Antwoord: a) De resonantiefrequentie verdubbelt
Eindterm: 6.1 Antennetypen – Begrijpen van de relatie tussen antennelengte en resonantiefrequentie

De lengte van een antenne bepaalt de resonantiefrequentie, wat belangrijk is voor het afstemmen op specifieke frequenties.

Vraag 36

Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is J3E. Wat gebeurt er met de zijbanden als de modulerende frequentie verdubbeld wordt?
a) De zijbanden verschuiven naar hogere frequenties en de afstand tussen hen verdubbelt
b) De zijbanden verschuiven naar lagere frequenties en de afstand tussen hen halveert
c) De zijbanden blijven op dezelfde frequenties, maar de amplitude wordt groter
Antwoord: a) De zijbanden verschuiven naar hogere frequenties en de afstand tussen hen verdubbelt
Eindterm: 5.3 Zendereigenschappen – Begrijpen van het effect van modulatie op zijbanden in een enkelzijbandzender

Vraag 37

Wat is de functie van een squelch in een ontvanger?
a) Het versterken van zwakke signalen
b) Het verminderen van ruis bij afwezigheid van een signaal
c) Het demoduleren van het inkomende signaal
Antwoord: b) Het verminderen van ruis bij afwezigheid van een signaal
Eindterm: 4.3 Werking en functies van schakelingen – Begrijpen van de functie van een squelch

Een squelch schakelt de audio-uitvoer uit wanneer er geen bruikbaar signaal is, wat de luisterervaring verbetert.

Vraag 38

Welke internationale noodsignaal wordt gebruikt in radiocommunicatie?
a) SOS
b) MAYDAY
c) PAN-PAN
Antwoord: b) MAYDAY
Eindterm: 11.1 Nationale en internationale gebruiksregels en procedures – Kennis van noodsignalen en procedures

“MAYDAY” wordt internationaal erkend als een noodsignaal voor onmiddellijke hulp.

Vraag 39

Wat is de belangrijkste component van een breedband-kunstantenne?
a) Niet-inductieve weerstand
b) Draadgewonden weerstand
c) Luchtspoel
Antwoord: a) Niet-inductieve weerstand
Eindterm: 6.1 Antennetypen – Kennis van de componenten van een breedband-kunstantenne

Niet-inductieve weerstanden worden gebruikt om een breed frequentiebereik te dekken zonder resonantie-effecten.

Vraag 40

Wat is het doel van een frequentieteller?
a) Het meten van de amplitude van een signaal
b) Het meten van de frequentie van een signaal
c) Het meten van de fase van een signaal
Antwoord: b) Het meten van de frequentie van een signaal
Eindterm: 8.2 Meetinstrumenten – Gebruik en toepassing van een frequentieteller

Frequentietellers zijn cruciaal voor het nauwkeurig meten en afstemmen van frequenties in radiocommunicatieapparatuur.

Vraag 41

Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is J3E. Wat gebeurt er met de zijbanden als de modulerende frequentie verdubbeld wordt?
a) De zijbanden verschuiven naar hogere frequenties en de afstand tussen hen verdubbelt
b) De zijbanden verschuiven naar lagere frequenties en de afstand tussen hen halveert
c) De zijbanden blijven op dezelfde frequenties, maar de amplitude wordt groter
Antwoord: a) De zijbanden verschuiven naar hogere frequenties en de afstand tussen hen verdubbelt
Eindterm: 5.3 Zendereigenschappen – Begrijpen van het effect van modulatie op zijbanden in een enkelzijbandzender

Deze moeilijkere vraag test de diepere kennis van de effecten van modulatie op de frequenties en zijbanden, een cruciaal aspect van zendtechnologie.

Conclusie

Dit proefexamen biedt een uitgebreide voorbereiding op het N-examen voor radiozendamateurs. Door het oefenen met deze vragen kunnen aspirant-radiozendamateurs hun kennis verdiepen en zich vertrouwd maken met de eindtermen die tijdens het examen aan bod zullen komen. Een grondige voorbereiding is de sleutel tot succes, en dit proefexamen is een waardevol hulpmiddel om dat doel te bereiken.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in